|
Ten Wolde: Een Vorstelijke Familie......................?!?
Het lijkt er warempel op dat het koningshuis als een soort van rode , of
beter geformuleerd : als een soort van ORANJE draad door onze lange Ten
Wolde - geschiedenis loopt , sterker nog : alsof onze voorgeschiedenis er
zelfs deels mee verweven is geraakt !
Een voorproefje zogezegd van dit wat bijzondere verschijnsel vond lang
geleden al plaats , halverwege de 18e eeuw , toen een aangetrouwde verwant
, HERMANNUS COOPS FLEDDERUS (i938) , echtgenoot van Wytze (Wytsien) Peters
ten Wolde (i934) , vanuit het Overijsselse Steenwijk helemaal naar het
toen zeer verre Den Haag afreisde , ten einde de hoogste vertegenwoordiger
van het huis van Oranje , stadhouder Willem IV , te kunnen inlichten over
de bestuurlijke wanpraktijken binnen de gemeente Steenwijk .
Helaas kreeg hij de stadhouder toen niet te spreken en keerde daarom
onverrichter zake huiswaarts - en bovendien zou het slecht , zéér slecht
met Hermannus aflopen , máár ........... ná de onfortuinlijke dood van
Hermannus kregen enkelen van zijn beste vrienden alsnog toegang tot de
stadhouder , wat ertoe geleid heeft dat het voltallige stadsbestuur van
Steenwijk ontslagen werd én dat Hermannus' zwager ,WYBE TEN WOLDE (i2128)
, korte tijd later het burgemeestersambt van STEENWIJK kon gaan bekleden ,
mede dus dankzij de inspanningen van de stadhouder , al was deze steun
natuurlijk wel een tikkeltje aan de late kant gekomen .........
Een latere Ten Wolde - telg , verre verwant van Wybe en ook woonachtig in
Steenwijk , LIEFFERT TEN WOLDE (i788) , was in zijn woonplaats jarenlang
werkzaam als wethouder en in de uitoefening van deze bestuurlijke functie
kwam Lieffert ooit eens in aanraking met een belangrijke - aangetrouwde -
vertegenwoordiger van het Oranjehuis van destijds , prins Hendrik ,
echtgenoot van de toenmalige koningin Wilhelmina .
Op zekere dag , zo ergens aan het begin van de 20e eeuw , kreeg de
gemeente Steenwijk hoog bezoek vanuit de hofstad : prins Hendrik kwam die
dag namelijk de opvoering bijwonen van het openluchtspel 'Johan van den
Korput' en , zoals in dergelijke omstandigheden te verwachten viel , werd
er daarbij ook een borreltje geschonken , waardoor de sfeer al gauw wat
minder vormelijk werd .....
Hierdoor aangemoedigd sprak Lieffert , die als wethouder uiteraard ook
aanwezig was , ten overstaan van alle aanwezigen tot de prins de volgende
'historische woorden' in het plaatselijke dialect : " Excellentie , nuum
miij moar Lieffert moat , dat zeggn ze allemoale ........" , waarop de
prins de al even 'historische woorden' terug zei : "Dat is goed , als U
tegen mij Koninklijke Hoogheid zegt , in plaats van Excellentie ....."
De woorden van deze hilarische , maar voor Lieffert ook wel wat gênante ,
terechtwijzing moeten destijds echt als een lopend vuurtje door heel
Steenwijk gegaan zijn !
Toen prins Hendrik de vraag voorgeschoteld kreeg van Lieffert ten Wolde of
hij hem verder bij de voornaam wilde noemen , hád de prins natuurlijk ook
, zijn "reputatie" enigszins kennende , als antwoord kunnen geven dat hij
de naam 'Lieffert' bij voorkeur toch maar reserveerde voor zijn eigen
.......vriendin .......
En bovendien : bij het horen van Liefferts achternaam zóu prins Hendrik
ook nog de vraag hebben kunnnen stellen of Lieffert soms familie was van
twee ándere Ten Wolde's , Peter en Piet , die rond die tijd allebei een
functie vervulden in dienst van het koninklijk huis ......... :
PETER TEN WOLDE (i368) , één van de tien kinderen van Albert ten Wolde en
Bredana de Oude , geboren in Steenwijk , zou als eerste Ten Wolde - telg
uit onze uitgebreide familie een groot deel van zijn arbeidzame leven
werkzaam zijn en blijven in dienst van het koningshuis .
Peter was ooit vanuit zijn geboorteplaats Steenwijk naar Leiden vertrokken
en was daar , na een korte carrière als boekhouder , enkele jaren werkzaam
geweest als bediende op uiteenlopende adressen en bij vermoedelijk steeds
zeer bemiddelde burgers , eerst in Leiden , later in 's - Gravenhage .
Zijn laatste werkadres als bediende was bij 'zijne excellentie den heer
jhr. H. Clifford , hofmaarschalk des Konings' - en aangezien Peter deze
functie , naar wij zeer stellig aannemen , steeds tot volle tevredenheid
had uitgeoefend , bood deze laatste betrekking hem nu zelfs de
mogelijkheid om te promoveren tot hofbediende , oftewel tot L A K K E I (
indertijd consequent met dubbel k
geschreven ) , het eerste jaar nog bij wijze van proefneming , zoals dat
in het stamboek van het personeel van het departement van de hofmaarschalk
beschreven staat , maar sedert 1 januari 1874 in officiele dienst ,
onderdeel uitmakend van de uitgebreide hofhuishouding van de toenmalige
koning Willem III !
De functie van lak(k)ei zal Peter mogelijkerwijs tot (kort voor) zijn
overlijden in 1908 in Den Haag hebben uitgeoefend , en níet allleen in de
hofstad : het is ons namelijk bekend dat het gezin van Peter < hij was in
1861 in het huwelijk getreden en had inmiddels meerdere kinderen gekregen
> in de jaren zeventig van de 19e eeuw (1872 , 1873 en 1878) in de
gemeente Apeldoorn inwonend is geweest op het terrein van het paleis het
Loo .
Vermoedelijk betrof het hier alleen de wintermaanden , want ook Peters
jongste kinderen zijn , voor zover ons bekend , allemaal in Den Haag ter
wereld
gekomen ; waarschijnlijk trokken Peter en zijn vrouw Paulina Leenderika
samen met hun kinderen regelmatig in het gevolg van de koning en zijn
familie richting Apeldoorn , om daar in het paleis het Loo de
wintermaanden door te brengen - dat gebeurde overigens ook later nog wel
eens , en dat látere verblijf op het Loo zou zeker níet zonder gevolgen
blijven .................
WILHELMINA JACOBA CORNELIA TEN WOLDE (i595) was het jongste kind
van Peter en Paulina en was op 13 juni 1878 in Den Haag ter wereld gekomen
.
We weten dat Wilhelmina samen met haar ouders ook tegen het eind van de
19e eeuw voor enige tijd als tijdelijke domicilie het imposante paleis het
Loo had en we weten inmiddels ook dat zij daar toen als nog jonge én
ongehuwde vrouw in verwachting is geraakt ..........dat de vader voor
altijd onbekend gebleven is , maar dat de locatie wel aanleiding gegeven
heeft voor allerhande wilde speculaties over het vaderschap
..........waarbij ook de naam van de vorst - schertsenderwijs (of niet ?)
- regelmatig over de tong is gegaan ................
Maanden later schonk Wilhelmina in Den Haag het leven aan een gezonde zoon
die later ook zelf kinderen gekregen heeft die op hun beurt ook weer na
verloop van tijd vader geworden zijn van kinderen die toch allemaal , van
tijd tot tijd en tot op de dag van vandaag , zich hebben afgevraagd van
wie toch (over-)grootmoeder Wilhelmina indertijd in verwachting kon zijn
geraakt ??!
Want het kan toch zeker niet de toenmalige koning geweest zijn van wie
zij ...........óf toch wel , heel misschien ......?!???
PETER LEENDERT TEN WOLDE (i709) was de tweede zoon van Peter en Paulina
ten Wolde die enigszins in de voetsporen van zijn vader treden zou , door
ook jarenlang op de loonlijst van het vorstenhuis te staan , weliswaar
níet als
lakei , maar als KOETSIER .
Uit latere verhalen is gebleken dat Piet , volgens eigen zeggen , zijn
carrière als koetsier in dienst van het koningshuis heeft mogen afronden
door tenminste één maal de allermooiste koets - en dát kan er natuurlijk
maar één geweest zijn : de GOUDEN KOETS uiteraard - te mogen besturen !
Maar waarom Piet daarna de opmerkelijke carrière-switch heeft gemaakt naar
het beroep van kastelein , hebben wij niet weten te doorgronden .....
ALBERTUS PAULUS WILHELMUS TEN WOLDE (i596) was de oudste zoon van Peter en
Paulina en dus tevens de broer van hiervoor genoemde Piet ten Wolde .
Alhoewel Albertus gedurende zijn leven uiteenlopende beroepen zou
uitoefenen , is hij toch nooit werkzaam geweest in dienst van het
Oranjehuis , maar zou zijn leven wél daardoor in sterke mate beïnvloed
raken - en reeds op 17 - jarige leeftijd , zo zouden we kunnen stellen ,
toen hij , blijkens een bijlage bij zijn trouwakte , door de
omstandigheden daartoe gedwongen , alleen trouwen kon met toestemming van
het staatshoofd , koning Willem III .........
Aan het begin van de 20e eeuw was Albertus eigenaar van een café ,
indertijd bottelarij genoemd , gevestigd aan de eertijds zo chique
Wilhelminastraat , gelegen in het Haagse Bezuidenhout (bij het
bombardemant van 1945 vrijwel volledig verwoest) .
Door de ligging van het café (vlakbij Huis ten Bosch) , zijn eerdere
beroep als koetsier en de mogelijke connecties die hij had opgebouwd via
zijn vader en broer Piet , werd het café van Albertus regelmatig bezocht
door koetsiers en
bijkoetsiers , allemaal in dienst van het koningshuis , onder wie ook een
zekere HENDRICUS CORNELIS SEIJEN TEN HOORN ........
Deze Henk Seijen ten Hoorn was palfrenier (=bijkoetsier) van beroep ,
woonde en werkte aanvankelijk in de gemeentes Wassenaar en Baarn
(vermoedelijk daar ook reeds in 'koninklijke betrekking') , maar zou een
groot deel van zijn leven werkzaam zijn in Den Haag , in de koninklijke
stallen aan de Noordwal ; en vanwege deze functie trok hij regelmatig op
met collega-(bij-)koetsiers en kwam zodoende met grote regelmaat in de
bottelarij van Albertus waar sinds het begin van de 20e eeuw ook Lena ,
dochter van Albertus ten Wolde , werkzaam
was .........
PAULINA LEENDERIKA TEN WOLDE (i716) , oftewel LENA TEN WOLDE , werkte
indertijd als serveerster in dit etablissement en kwam op zekere dag in
liefdevol contact met Henk Seijen ten Hoorn , en dit contact bleef níet
zonder gevolgen .........
Van het een kwam het ander , waaronder de geboorte van een aantal kinderen
, van wie er een aantal later getrouwd zijn en ook zelf weer kinderen en
kleinkinderen gekregen hebben , zodat we tot besluit kunnen stellen dat
zonder - indirecte en toevallige - tussenkomst van het huis van Oranje de
loop der geschiedenis van in ieder geval déze tak van de Ten Wolde -
familie een geheel andere zóu hébben kúnnen zijn .................
|